Ik ben niet mijn gedachten.

‘Ik ben niet mijn gedachten’

Het is zo’n zin die ik vaak voorbij hoor komen tijdens de yogales. Wij zijn dol op diepzinnige onlogische Oosterse wijsheden. Klinkt mooi toch. Staat ook mooi, in een leuk lijstje aan de muur. Niet dat ik ooit teksten aan mijn muur zou hangen, maar het geeft een beetje de strekking weer waarin dit soort gezegden worden gebruikt. Deze week had ik ineens het gevoel dat ik echt begreep wat er ooit met dit gezegde is bedoeld. Een begrip wat veel dieper gaat dan de decoratieve waarde van een toffe spreuk.

Ik kan niet zonder denken.

Wij, mensen, zijn echt denkende wezens. Hoewel we de eerste paar jaar nog op ons gevoel en intuïtie leven, verandert dat al vrij snel en gaan we over alles nadenken. Sterker nog, je kan best een dag zonder eten, drinken, bewegen of wat dan ook, maar één enkele minuut zonder nadenken, dat zal vrijwel niemand van ons lukken. Maar dat is ook niet erg.

De verhalenverteller

We beschikken allemaal over een soort innerlijke verhalenverteller. Deze helpt ons een compleet beeld te vormen van de wereld om ons heen, en om dingen in een context te plaatsen en zo te begrijpen. Dat is handig, want je kan onmogelijk alles zeker weten. Bijvoorbeeld wanneer je ziet dat je een oproep hebt gemist van een anoniem nummer. Je hebt geen idee wat er aan de hand is, dus je verhalenverteller gaat direct aan het werk en gedachten schieten door je hoofd. Afhankelijk van de creativiteit van je verhalenverteller en je ervaring kan de verklaring uiteraard variëren.

‘Vast weer zo’n telemarketing actie.’ ‘Als iemand me echt dringend nodig heeft bellen ze nog wel een keer.’ ‘Ben ik de afspraak met de tandarts soms vergeten, dat was toch volgende week?’ ‘OMG er is een ongeluk gebeurt met mijn moeder en heeft het ziekenhuis gebeld om te zeggen dat ik zo snel mogelijk moet komen en ik heb het niet gehoord en dadelijk ben ik te laat en en en …’

Welke gedachte kies ik

Als we nu dit extreme voorbeeld nemen om verder te onderzoeken wat deze gedachten met je doen. Als je bijvoorbeeld denkt dat je gebeld bent door een telemarketeer voelt je je heel anders dan wanneer je denkt dat je moeder al uren ligt te vechten voor haar leven. Waarschijnlijk reageert je lichaam zelfs op de energie van deze gedachte. Je hart gaat sneller kloppen, je ademhaling word hoger of je krijgt het warm.

Het grappige is dat het uiteindelijk niet uitmaakt welke van de gedachte je besluit te geloven voor wat er aan de hand is. Je gedachte heeft namelijk geen invloed op de werkelijkheid. Het is iets wat zich alleen maar afspeelt in jouw hoofd. De enige manier om erachter te komen wat er werkelijk aan de hand is, is wanneer je meer informatie krijgt van je omgeving. Bijvoorbeeld als de anonieme beller nogmaals belt, of wanneer jij je moeder belt om te kijken of ze wel opneemt.

Tot die tijd kan je dus zelf kiezen, welk verhaal van de verhalenverteller je wil geloven. Wanneer hij met een verhaal komt wat jij niet wilt geloven, kan je erop wachten dat hij weer met een nieuw verhaal komt. De verhalen zijn eindeloos en razendsnel. Dus wijs je ze af tot hij met een verhaal komt wat voor jou klopt en waarbij jij je prettig voelt.

Zelf proberen

Wanneer je de volgende keer in een situatie zit waar je zelf niets aan kan doen, luister eens wat je verhalenverteller doet. Maar realiseer je dat je zijn verhalen niet hoeft te geloven. Jij mag kiezen welk verhaal, welke gedachte, jij wilt aannemen voor het moment. En als je dan toch mag kiezen, kies dan die gedachte die je het minst stress oplevert. Realiseer je vooral, dat je daardoor ook de energie en dat gevoel aanneemt van die gedachte. Het is een waardevolle vaardigheid om te oefenen. Als je het eenmaal beheerst, kun je het ook bij kleinere dingen toepassen, en alleen nog maar kiezen voor de gedachten die voor jou waardevol zijn en jou gelukkig maken.

 

Want je gedachten bepalen niet wie je bent, en hoe je je voelt. Jij bepaalt dit.

Ik ben niet mijn gedachten.

Wanneer heeft jouw verhalenverteller je mooi voor de gek gehouden? Of helpt hij je juist in bepaalde situaties?

Hoe ga ik om met irritante, asociale en vervelende mensen? 5 Tips!

Erger jij je ook zo aan die asociale mensen  en kinderen in je omgeving? Het lijkt wel of het er steeds meer worden. Jongeren die knetterharde muziek aan hebben, kauwgom eten met een open mond, rotzooi in de natuur dumpen, of oma’s die in de supermarkt onwijs in de weg staan. Maar ook mensen dichter bij jezelf. Je vriendin die loopt te roddelen, je collega die maar blijft zeuren en je man die zijn sokken maar niet in de wasmand doet. Alsof hij na al die jaren nog steeds niet weet waar dat ding staat. Echt zo irritant en bovendien nog eens slecht voor je humeur. Kun jij daar soms ook zo boos over maken?

Niet doen!

Al deze opgekropte woede is alleen maar vervelend voor jezelf. Jij hebt er immers last van, de ander niet. Tenzij je gaat gillen. En dan nog steeds bereik je vaak niet wat je zou willen. Geef jezelf een cadeautje en probeer de volgende 5 tips eens uit.

Tip 1. Stel een vraag.

Een oude dame staat rustig te kletsen in de supermarkt met haar vriendin. Deze dames staan daar heus niet om je te pesten. Ze staan daar omdat ze elkaar toevallig tegenkomen op deze plaats. Ze hebben aandacht voor elkaar en niet voor hun omgeving. Je zou achter ze langs kunnen bukken om de spaghetti te pakken, waarbij je net iets te hard tegen haar aan komt met je schouder. Je mompelt ‘sorry’ zonder haar aan te kijken en denkt ‘Ha! Lekker voor je. Moet je maar niet in de weg staan!’ Vervolgens loop jij geïrriteerd weg omdat die oma’s altijd in de weg staan, en blijft zij geïrriteerd achter. ‘Die jeugd van tegenwoordig…’ Je zou echter ook even aan kunnen kijken en vriendelijk kunnen vragen of je erbij mag. ‘Pardon mevrouw, mag ik er even bij?’ ‘ Ow natuurlijk. Sorry kind. We staan natuurlijk verschrikkelijk in de weg.’

Tip 2. Wees assertief.

Soms (vaak!) doen mensen iets uit gewoonte, zonder erbij na te denken, zonder kwade bedoeling. Wijs iemand erop en vertel erbij waarom je zou willen dat ze iets anders doen. Als je dit op een rustige manier doet en een logische beredenering hebt, is de kans groot dat iemand doet wat je vraagt. Dus de volgende keer in plaats van ‘ Schat, gatverdamme!’  en rollen met je ogen zou je het eens kunnen proberen met ‘Schat, zou je een glas kunnen gebruiken als je melk gaat drinken? Wanneer je uit het pak drinkt zal de melk namelijk sneller bederven.’ Doet hij het dan nog steeds niet? Skip naar tip 5.

Tip 3. Wees eerlijk.

Zit je collega steeds te zeuren dat het zo heet is op kantoor en dat iedereen van alles fout doet? Leg haar dan uit dat het je stoort in plaats van alleen maar te zuchten en in stilte te schelden in je hoofd. Zeg rustig dat jij het vervelend vindt. Zeg hoe jij je erbij voelt en daar kan ze niets op aanmerken want jouw gevoel is nu eenmaal jouw gevoel. Daarnaast is het voor haar fijn om te weten wat er met je is. Ze kan toch ook niet raden wat al dat gezucht betekend? Vaak helpt het anderen om je heen ook om zelf vaker eerlijk te zijn, als jij het ook bent.

Tip 4. Doe het lekker zelf.

Kan je er echt niet mee leven dat er overal sokken door het huis slingeren, maar krijg je het niet beredeneerd waarom je vriend/man/kind zijn sokken op zou moeten ruimen. Want ja, wat is nu echt een goede reden. Het staat slordig? Niet iedereen heeft de zelfde definitie van slordig. Doe het dan lekker zelf. Maar doe het niet om de zooi van iemand anders op te ruimen. Doe het omdat jij je eraan ergert. Je ergeren elke keer dat je ze ziet liggen kost namelijk veel meer energie dan gewoon even die sokken oppakken en in de wasmand gooien. Maar dan mag je er daarna niet meer over zeuren. Tegen niemand niet, ook niet je buurvrouw. Want jij hebt zelf besloten ze op te willen ruimen. En ja, je had echt wel een keus! Gaat dit je te ver? Dan heb je nog een laatste redmiddel.

Tip 5. Maak een compromis.

Sommige dingen zijn nu eenmaal niet zo belangrijk. Neem een stapje terug en besluit dat je niet in elk klein ding je gelijk hoeft te halen of jezelf hoeft te laten horen. Ga niet zeuren om elk klein onbelangrijk dingetje. Als iets je geen kwaad doet, laat het lekker zo zijn en ga verder met je leven.

Zoals Elsa heel wijs zingt; ‘Let it go… ’ .